Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018

Onder 4.15. Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3203.

Zoals hiervoor in 4.3 al is overwogen zal de primaire incidentele vordering tot afwijzing van de vorderingen in de hoofdzaak jegens Heineken worden afgewezen. De rechtbank komt derhalve in zoverre toe aan de subsidiaire incidentele vordering om de hoofdzaak (jegens Heineken) aan te houden totdat de HCC-beschikking in kracht van gewijsde is gegaan of nietig is verklaard. Ter zitting heeft Heineken dit verzoek gehandhaafd nu AB hoger beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van het Hof van Beroep van Athene (zie 2.13). Deze subsidiaire incidentele vordering zal worden afgewezen nu de Nederlandse rechter in de procedure tegen Heineken niet gebonden is aan een oordeel van de Griekse mededingingsautoriteit ten aanzien van AB .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd8f55f20d1e876870f6bac09febc82a9fdf654fea644427ae74ffda3d7343f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd8f55f20d1e876870f6bac09febc82a9fdf654fea644427ae74ffda3d7343f9, en de alinea staat in dat document op bytes 37110 tot 37857.