Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Onder 4.10. Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3502.

Naar vaste rechtspraak rust op ING, als bij uitstek deskundig te achten professionele financiële dienstverlener, die een (beleggings)product adviseert, een (bijzondere) zorgplicht die mede ertoe strekt de cliënt te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Deze vloeit voort uit de eisen van redelijkheid en billijkheid die aan een financiële dienstverlener, in aanmerking genomen haar maatschappelijke functie en haar deskundigheid, gesteld mogen worden . De omvang van die zorgplicht is daarmee steeds afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waaronder ook de van toepassing zijnde publiekrechtelijke regels. Deze zorgplicht behelst onder meer dat de bank, mede afhankelijk van de aard en complexiteit van het te verstrekken advies en of te adviseren product, vooraf voldoende onderzoek moet doen naar de financiële mogelijkheden, de deskundigheid en doelstellingen van de cliënt, om in te kunnen schatten of en, zo ja, in hoeverre en op welke wijze zij de cliënt dient te informeren over de werking en kenmerken van een voorgenomen transactie of toegepaste constructie en hem moet waarschuwen voor de (bijzondere) risico’s die daaraan verbonden zijn, alsook voor het feit dat een door hem voorgenomen of toegepaste strategie mogelijk niet past bij zijn financiële mogelijkheden of doelstellingen, zijn risicobereidheid of zijn deskundigheid (vgl. Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4914).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a45cfbccc1a5ed19895b2618ed7195fc416ba977c9c59b0c2b239d3e386dae09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a45cfbccc1a5ed19895b2618ed7195fc416ba977c9c59b0c2b239d3e386dae09, en de alinea staat in dat document op bytes 46770 tot 48281.