Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Onder 4.20. Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3502.

Ten aanzien van de allowancefaciliteit geldt dat ook indien geoordeeld zou moeten worden dat ING uit hoofde van haar zorgplicht gehouden zou zijn geweest [eisers] nader te informeren over de werking daarvan, dat niet kan leiden tot toewijzing van enige (subsidiaire of meer subsidiaire) vordering omdat op basis van wat [eisers] daartoe hebben gesteld niet kan worden geoordeeld dat zij hiervan nadeel hebben ondervonden. [eisers] stellen in dit verband slechts dat het goed zou kunnen dat de debetrenteopslag is verhoogd omdat het obligo van [eisers] met de negatieve waarde werd verhoogd. Dit is echter door ING weersproken en blijkt ook uit niets. Daarbij komt dat, zelfs indien dit verband er wel zou zijn, ING de opslagverhogingen volledig heeft terugbetaald en dit eventuele nadeel dus reeds is gecompenseerd (zie 4.6). Bij gebreke van schade aan de zijde [eisers] slaagt het verweer van ING dat een eventuele tekortkoming van haar op dit punt een te geringe betekenis heeft om de ontbinding van de renteswaps met haar gevolgen te rechtvaardigen. Daarnaast kan bij gebreke van schade geen sprake zijn van een vergoedingsplicht en bestaat evenmin een rechtens te respecteren belang bij de gevorderde verklaringen van recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a45cfbccc1a5ed19895b2618ed7195fc416ba977c9c59b0c2b239d3e386dae09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a45cfbccc1a5ed19895b2618ed7195fc416ba977c9c59b0c2b239d3e386dae09, en de alinea staat in dat document op bytes 58247 tot 59488.