Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 18 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3502.

[eisers] hebben hun beroep op dwaling bij brief van 10 maart 2016 (zie 2.16) voor het eerst naar voren gebracht. Een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling verjaart ingeval van dwaling drie jaar nadat de dwaling is ontdekt (artikel 3:52 lid 1 onder c van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)). Volgens vaste jurisprudentie gaat het er daarbij om op welk moment de dwalende daadwerkelijk (subjectief) bekend is geworden met feiten en omstandigheden waarop het beroep op dwaling is gegrond. Een absolute zekerheid omtrent die feiten is niet vereist, een redelijke mate van zekerheid volstaat (zie onder meer HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5068/NJ 2013, 256).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a45cfbccc1a5ed19895b2618ed7195fc416ba977c9c59b0c2b239d3e386dae09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a45cfbccc1a5ed19895b2618ed7195fc416ba977c9c59b0c2b239d3e386dae09, en de alinea staat in dat document op bytes 32224 tot 32926.