Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018
Onder 4.14. Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3674.
Daarmee doet zich de vraag voor in hoeverre met vrucht een beroep op dwaling kan worden gedaan indien de risico’s van een aan een overeenkomst ten grondslag liggend product zich niet hebben verwezenlijkt en zich niet zullen verwezenlijken. De vraag doet zich ook voor in het geval dat de wederpartij – de bank – aan de bepaling in de standaarddocumentatie die aan de dwaling ten grondslag wordt gelegd, geen uitvoering heeft gegeven, waardoor de bepaling geen nadelig gevolg kan hebben voor de dwalende. Dit laatste geldt in het onderhavige geval ten aanzien van het Afgesproken Bedrag en de marginverplichtingen. Rabobank heeft immers, zoals zij onweersproken heeft gesteld, geen aanvullende zekerheden verlangd en toegezegd dit ook niet te zullen doen. De hoogte van het Afgesproken Bedrag heeft dan ook, anders dan [eiser] stelt, geen invloed op de financierbaarheid van [eiser] . Deze vraag is ook in vele andere op soortgelijke feiten en standpunten gebaseerde geschillen in renteswapzaken aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb, en de alinea staat in dat document op bytes 58880 tot 59906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb | shasum -a 256