Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018

Onder 4.20. Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3674.

Al het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank voornemens is om aan de Hoge Raad de volgende prejudiciële vragen te stellen. Op de voet van artikel 392 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zullen partijen eerst in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over het voornemen deze vragen te stellen, alsmede over de inhoud daarvan. De thans beoogde vragen luiden:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb, en de alinea staat in dat document op bytes 66504 tot 66911.