Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018

Onder 4.20. Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3674.

Zo ja, (i) hoe kan in een dergelijke situatie worden beoordeeld of aan het vereiste is voldaan dat de betrokkene de overeenkomst niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten, als de dwaling niet had plaatsgehad (zie wederom HR 4 september 2009 ( [partij ] / [partij ] ), r.o. 3.4.2 en (ii) hoe verhoudt zich dat tot het bepaalde in artikel 6:230 BW dat aan de wederpartij de mogelijkheid biedt om een vernietiging te voorkomen door een wijziging van de gevolgen van de overeenkomst voor te stellen die het nadeel opheft dat de tot vernietiging bevoegde bij instandhouding van de overeenkomst lijdt?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb, en de alinea staat in dat document op bytes 68504 tot 69128.