Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018
Onder 2.3. Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3674.
[bedrijf 1] heeft op 12 september 2007 het perceel aan [eiser] in privé verkocht. De bedoeling was een bedrijfspand op het perceel te gaan bouwen en dit aan een derde partij te gaan verhuren. Hiertoe hebben [eiser] en Rabobank op 12 september 2007 een kredietovereenkomst gesloten (hierna: Lening I), waarbij Rabobank aan [eiser] een krediet van EUR 455.450,= heeft verstrekt tegen een “Variabel Plus Rente” van op dat moment 5% per jaar en een aflossingsverplichting van EUR 1.650,= per maand. De looptijd was circa 23 jaar. Op grond van artikel 22 van de destijds van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden voor zakelijke geldleningen van Rabobank 2006 (hierna: de Algemene Voorwaarden 2006) was een vervroegde aflossing altijd geoorloofd en was daarvoor geen vergoeding verschuldigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb, en de alinea staat in dat document op bytes 8614 tot 9428.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3cf3ec2326e8e74441475a610e37e6c357ca5856087b456383102c128b409deb | shasum -a 256