Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018
Onder 4.13. Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3675.
De rechtbank acht het met het oog op een efficiënte rechtspleging aangewezen om dienaangaande de hierna in 4.17 onder 1 te formuleren prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voor te leggen. Hiervoor is het volgende redengevend. Allereerst ziet de rechtbank een grote mate van gelijkenis tussen de in de drie genoemde zaken berechte gevallen en de feiten en standpunten in de onderhavige zaak en in vele andere zaken die bij deze en andere rechtbanken aanhangig zijn. Thans staan in Amsterdam – naast deze zaak en een andere zaak waarin de rechtbank voornemens is prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad – alleen al zeven zaken voor vonnis en zijn daarnaast nog tien zaken aanhangig. Het is de rechtbank bekend dat ook bij andere rechtbanken nog renteswapzaken aanhangig zijn. Voorts is van belang dat de rechtbank Amsterdam (en ook het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in ten minste één geval) enerzijds en het gerechtshof Amsterdam anderzijds herhaaldelijk verschillend hebben geoordeeld over een beroep op dwaling in het kader van een renteswapovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/343cd98e637a6a7162b2ca1e761e9c2d8069e0e4bf8dd32d459e5087d915a25c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 343cd98e637a6a7162b2ca1e761e9c2d8069e0e4bf8dd32d459e5087d915a25c, en de alinea staat in dat document op bytes 44091 tot 45176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/343cd98e637a6a7162b2ca1e761e9c2d8069e0e4bf8dd32d459e5087d915a25c | shasum -a 256