Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018
Onder 4.15. Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3675.
Daarmee doet zich de vraag voor in hoeverre met vrucht een beroep op dwaling kan worden gedaan indien de risico’s van een aan een overeenkomst ten grondslag liggend product zich niet hebben verwezenlijkt en zich ook niet zullen verwezenlijken. Het gaat dan bij renteswaps om de volgende gevallen: (i) de situatie dat (zoals hier) (het risico op vergoeding van) de negatieve waarde zich niet heeft verwezenlijkt, omdat tussentijdse aflossing van de lening gedurende de looptijd van de renteswap niet aan de orde is geweest, of (ii) het geval dat de wederpartij – de bank – aan de bepaling in de standaarddocumentatie die aan de dwaling ten grondslag wordt gelegd (zoals in het geval van de marginverplichtingen), geen uitvoering heeft gegeven. Gevallen die dus geen nadelig gevolg (kunnen) hebben voor de dwalende. Deze vraag is ook in vele andere op soortgelijke feiten en standpunten gebaseerde geschillen in renteswapzaken aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/343cd98e637a6a7162b2ca1e761e9c2d8069e0e4bf8dd32d459e5087d915a25c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 343cd98e637a6a7162b2ca1e761e9c2d8069e0e4bf8dd32d459e5087d915a25c, en de alinea staat in dat document op bytes 46345 tot 47302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/343cd98e637a6a7162b2ca1e761e9c2d8069e0e4bf8dd32d459e5087d915a25c | shasum -a 256