Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018

Onder 4.16. Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3675.

Indien strikt wordt vastgehouden aan de jurisprudentie zoals ontwikkeld in HR 19 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9559 ( [partij] / [partij] ), r.o. 3.4 en HR 4 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH7854 ( [partij] / [partij] ), r.o. 3.4.2, kan dit leiden tot de door ABN AMRO geschetste situatie: het achteraf profiteren van een gedaalde Euribor-rente, terwijl de renteswap was aangegaan ter afdekking van het opwaartse renterisico. Ook dient zich dan de vraag aan hoe in een dergelijke situatie kan worden beoordeeld of aan het vereiste is voldaan dat de betrokkene de overeenkomst niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten, als de dwaling niet had plaatsgehad (zie wederom HR 4 september 2009 ( [partij] / [partij] ), r.o. 3.4.2). Daarnaast doet zich de vraag voor hoe ABN AMRO in de genoemde situatie met een beroep op artikel 6:230 BW, dat aan de wederpartij van degene die zich op dwaling beroept de mogelijkheid biedt om een vernietiging te voorkomen door een wijziging van de gevolgen van de overeenkomst voor te stellen die het nadeel opheft dat de tot vernietiging bevoegde bij instandhouding van de overeenkomst lijdt, de vernietiging zou kunnen voorkomen. Dit alles leidt tot de hierna in 4.17 onder 2 opgenomen vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/343cd98e637a6a7162b2ca1e761e9c2d8069e0e4bf8dd32d459e5087d915a25c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 343cd98e637a6a7162b2ca1e761e9c2d8069e0e4bf8dd32d459e5087d915a25c, en de alinea staat in dat document op bytes 47383 tot 48637.