Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2018
Onder 7 Rechtbank Amsterdam 18 mei 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4206.
Weliswaar heeft verdachte ter zitting gesteld ook de rechthebbende te zijn van een gedeelte, groot € 20.000,- van het overige aangetroffen geld. De rechtbank heeft echter niet met voldoende zekerheid kunnen vaststellen dat dit geldbedrag daadwerkelijk aan verdachte toebehoort. Verdachte heeft bij de politie immers verklaard dat het enige persoonlijke geld dat hij bij zich droeg een naar zijn zeggen klein bedrag van € 3.000,- of GBP 3.000,- betrof. Bovendien is ter terechtzitting gebleken dat niet alleen verdachte maar ook de vereffenaar van [bedrijf] hierop aanspraak maakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efa48a1e573dc8dd593cb1a0ec5e61a6b5235de16d2ebb4badaed027cd469356. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efa48a1e573dc8dd593cb1a0ec5e61a6b5235de16d2ebb4badaed027cd469356, en de alinea staat in dat document op bytes 15755 tot 16352.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efa48a1e573dc8dd593cb1a0ec5e61a6b5235de16d2ebb4badaed027cd469356 | shasum -a 256