Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 juni 2018
Onder 6.5. Rechtbank Amsterdam 28 juni 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4550.
Vervolgens neemt de heffingsambtenaar bij de berekening als uitgangspunt dat er jaarlijks een inflatie is van 2% (gebaseerd op het inflatiecijfer van de Europese Centrale Bank, hierna: ECB) en dat deze rentestijging wordt afgekocht. Daarbij hanteert de heffingsambtenaar een rentepercentage van 8,23%. Ter zitting heeft taxateur H. Balke toegelicht dat dit rentepercentage wordt gehanteerd omdat in 1993 gestart is met het in 6.1 genoemde onderzoek. In dat onderzoek is gerekend met een rente van 8,23%. De uitkomst van de berekening is dat het hiervoor onder overweging 6.4 berekende bedrag moet worden vermenigvuldigd met 1,25. Het gevolg van deze berekening is dat voor alle jaren met dezelfde canon kan worden gerekend. Ten slotte maakt de heffingsambtenaar ook voor de tweede periode het bedrag contant, op dezelfde manier als vermeld onder overweging 6.3. Daarna telt de heffingsambtenaar de contant gemaakte bedragen voor beide periodes bij elkaar op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5ba4eaf235efbe86a2381fe5dcca1b12ae672c860adb03e49f96523cf002410. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5ba4eaf235efbe86a2381fe5dcca1b12ae672c860adb03e49f96523cf002410, en de alinea staat in dat document op bytes 15266 tot 16237.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e5ba4eaf235efbe86a2381fe5dcca1b12ae672c860adb03e49f96523cf002410 | shasum -a 256