Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 juli 2018
Alinea 45 Rechtbank Amsterdam 23 juli 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5183.
3. [eiser] stelt hiertoe, kort weergegeven, dat de huidige rechtsbetrekking tussen hem en Deliveroo moet worden geduid als een arbeidsovereenkomst, ondanks dat de Overeenkomst vermeldt dat het een overeenkomst van opdracht is. [eiser] heeft zich immers jegens Deliveroo verbonden arbeid te verrichten tegen betaling van loon, waarbij sprake is van een gezagsverhouding. Hij beroept zich daarnaast op het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW, aangezien hij over de maanden april tot en met juni 2018 meer dan 20 uur per maand arbeid heeft verricht voor Deliveroo. Voor zover de rechtsverhouding zou kwalificeren als een overeenkomst van opdracht, stelt [eiser] dat de bepalingen van titel 10 van boek 7 desondanks van toepassing zijn op de Overeenkomst, gelet op lid 2 van artikel 7: 610 BW. Daarbij kan, volgens hem, geen sprake zijn van een overeenkomst van opdracht, nu artikel 7: 400 BW een dergelijke overeenkomst uitsluit wanneer het gaat om vervoer van zaken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de5c3c2780dbbaa979a5b6cfbfdd4190b5e23b1b0363e4c5becc89cfc17a0574. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de5c3c2780dbbaa979a5b6cfbfdd4190b5e23b1b0363e4c5becc89cfc17a0574, en de alinea staat in dat document op bytes 25159 tot 26138.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de5c3c2780dbbaa979a5b6cfbfdd4190b5e23b1b0363e4c5becc89cfc17a0574 | shasum -a 256