Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 juli 2018
Alinea 55 Rechtbank Amsterdam 23 juli 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5183.
10. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat in de overeenkomst expliciet is vastgelegd wat partijen bij het aangaan daarvan voor ogen heeft gestaan, te weten dat zij niet de intentie hadden dat [eiser] als werknemer krachtens een arbeidsovereenkomst in dienst zou treden van Deliveroo. Mede gelet op de door [eiser] ontvangen e-mail van 1 november 2017 (zie 1.5), de door hem gestuurde e-mail van 2 november 2017 (zie 1.6), het vervolgens inschrijven van zijn eenmanszaak in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en het aanvragen van een btw-nummer, wordt vastgesteld dat [eiser] zich ervan bewust was dat hij als zelfstandig ondernemer voor Deliveroo werkzaamheden zou gaan verrichten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de5c3c2780dbbaa979a5b6cfbfdd4190b5e23b1b0363e4c5becc89cfc17a0574. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de5c3c2780dbbaa979a5b6cfbfdd4190b5e23b1b0363e4c5becc89cfc17a0574, en de alinea staat in dat document op bytes 32257 tot 32992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de5c3c2780dbbaa979a5b6cfbfdd4190b5e23b1b0363e4c5becc89cfc17a0574 | shasum -a 256