Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 juni 2018

Onder 8.3. Rechtbank Amsterdam 13 juni 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5235.

Ter zitting is naar voren gekomen dat verdachte onder bewind is gesteld ex artikel 1:431 Burgerlijk Wetboek (BW). Bewind houdt in dat een rechthebbende wiens goederen onder bewind zijn gesteld ten aanzien van die goederen zelfstandige beheers- en beschikkingsbevoegdheid mist, wat meebrengt dat hij met betrekking tot die goederen niet als eisende of verwerende partij in rechte kan optreden. De rechthebbende is dus procesonbevoegd (vgl. HR 7 maart 2014 ECLI:NL:HR:2014:525 en HR 19 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2738). In geval van bewind vertegenwoordigt de bewindvoerder bij vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte (artikel 1:441 lid 1 BW) en dient hij te worden opgeroepen in de procedure. Nu niet is gebleken dat de bewindvoerder in het geding is opgeroepen dan wel dat de bewindvoerder een machtiging aan de raadsman van verdachte heeft verstrekt, zal de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. Het alsnog oproepen van de bewindvoerder in dit stadium van de procedure levert naar het oordeel van de rechtbank een te grote belasting van het strafproces op. De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/526ff732d03324ddd61f915e3ffee2f6fee8a931900fc7b74f2d0542face308e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 526ff732d03324ddd61f915e3ffee2f6fee8a931900fc7b74f2d0542face308e, en de alinea staat in dat document op bytes 14969 tot 16178.