Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 augustus 2018
Onder 2.12. Rechtbank Amsterdam 8 augustus 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 augustus 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5780.
Deze uitkomst van de verjaringsdiscussie sluit naar het oordeel van de rechtbank ook aan bij de bedoelingen van de wetgever. Dit wordt als volgt toegelicht. In het tussenvonnis is de vordering van Allianz op grond van samenloop gekwalificeerd als een regresvordering. Artikel 6:11 lid 3 BW bepaalt dat een tot bijdrage aangesprokene medeschuldenaar (CAR-verzekeraars) een beroep op verjaring slechts toekomt, indien op het tijdstip van het ontstaan van de verplichting tot bijdragen zowel hijzelf als degene die de bijdrage verlangt (Allianz), jegens de schuldeiser ( Dura Vermeer ) de voltooiing van de verjaring had kunnen inroepen. Hieruit leidt de rechtbank dan ook af dat ook de wetgever voor ogen staat dat bij de beoordeling van verjaring van een regresvordering als de onderhavige belang toekomt aan de omstandigheid dat deze naar haar aard beoordeeld moet worden in het licht van de hoofdvordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01e2ebe738aac08a39e7177f459d517d413ca34d5e94735f16f7e962a9212efd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01e2ebe738aac08a39e7177f459d517d413ca34d5e94735f16f7e962a9212efd, en de alinea staat in dat document op bytes 23374 tot 24298.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01e2ebe738aac08a39e7177f459d517d413ca34d5e94735f16f7e962a9212efd | shasum -a 256