Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018

Onder 5.16. Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:605.

Bij het vorenstaande wordt aangetekend dat het HvJEU de vraag of van een verworven recht in vorenbedoelde zin sprake is, terughoudend beantwoordt. Rechthebbenden kunnen immers niet steeds erop vertrouwen dat een bepaalde situatie niet voor verandering vatbaar zal zijn en dat zij aldus beschikken over een verworven, onaantastbaar recht. Het antwoord op de vraag of, en zo ja in welke mate, (kort gezegd) afbreuk mag worden gedaan aan rechten waaraan EU-burgers aanspraken ontlenen en die zij daadwerkelijk uitoefenen, is ervan afhankelijk welke gerechtvaardigde verwachtingen deze burgers met betrekking tot (het voortbestaan van) die rechten mochten koesteren. Hierbij speelt de mate van voorzienbaarheid van de inbreuk een grote rol. Naarmate minder waarschijnlijk is dat inbreuk zal worden gemaakt op het recht, krijgt het - rechtens te beschermen - belang van de individuele burger bij continuïteit van zijn aanspraak een groter gewicht ten opzichte van het algemene belang, ook als dat ermee is gediend om inbreuk te maken op dat recht. En aangenomen dat de inbreuk gerechtvaardigd is, strekt de werking van het nieuwe besluit zich in dergelijke gevallen steeds slechts uit tot toekomstige situaties. (Zie voor dit alles HvJEU 19 juli 2012, C-522/10, ECLI:EU:C:2012:475 (Albert Reichel); HvJEG 5 oktober 1994, C-133, 300 en 362/93, Jur. 1994, p. I-04863; HvJEG 27 september 1979, C-230/78, Jur. 1979, p. 2749.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50, en de alinea staat in dat document op bytes 39352 tot 40782.