Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018
Onder 5.19. Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:605.
Het HvJEU heeft zowel het EU-burgerschap als de daaruit voortvloeiende rechten ruim uitgelegd. Waar artikel 20 VWEU immers bepaalt dat het burgerschap van de Unie naast het nationale burgerschap komt, heeft het HvJEU geoordeeld dat het burgerschap van de Unie de primaire hoedanigheid van de onderdanen van de lidstaten van de EU dient te zijn en dat zij op grond daarvan, behoudens uitdrukkelijk vastgestelde wettelijke uitzonderingen, aanspraak hebben op een gelijke behandeling rechtens. (Zie HvJEG 20 september 2001, C-184/99, ECLI:EU:C:2001:458 (Grzelczyk); HvJEG 11 juli 2002, C-224/98, ECLI:EU:C:2002:432 (D’Hoop); HvJEU 22 december 2010, C-208/09, ECLI:EU:C:2010:806 (Wittgenstein); HvJEU 12 mei 2011, C-391/09, ECLI:EU:C:2011:291 (Runevič Vardyn en Wardyn))
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50, en de alinea staat in dat document op bytes 42966 tot 43748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50 | shasum -a 256