Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:605.

Als wordt betwist dat een stichting als bedoeld in artikel 3:305a BW voldoet aan de voorwaarde dat de belangen van personen ten behoeve van wie de vordering is ingesteld voldoende zijn gewaarborgd, dient te worden beoordeeld in hoeverre de betrokkenen uiteindelijk baat hebben bij de collectieve actie indien het gevorderde wordt toegewezen en in hoeverre erop vertrouwd mag worden dat de eisende organisatie over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om de procedure te voeren. Daarbij is blijkens de parlementaire geschiedenis onder meer van belang welke overige werkzaamheden de organisatie heeft verricht om zich voor de belangen van benadeelden in te zetten, of de organisatie in het verleden ook daadwerkelijk in staat is gebleken de eigen doestellingen te realiseren, het aantal benadeelden dat aangesloten is bij of lid is van de organisatie, en het antwoord op de vraag in hoeverre benadeelden zelf de collectieve actie ondersteunen. Ook van betekenis kan zijn of de eisende organisatie aan de in de Claimcode opgenomen principes voldoet. In het geval van een ad hoc opgerichte stichting kan voorts van belang zijn of deze is opgericht door reeds bestaande organisaties die in het verleden succesvol de belangen van de betrokkenen hebben behartigd (MvT, Kamerstukken II, 2011-2012, 33 126, nr. 3, p. 12-13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50, en de alinea staat in dat document op bytes 20138 tot 21471.