Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018
Onder 4.4. Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:605.
In dit licht slaagt het ontvankelijkheidsverweer met betrekking tot [eiseres sub 6] . Bij het beoordelen van de ontvankelijkheid van een door een stichting op voet van artikel 3:305a BW ingestelde rechtsvordering moet worden onderzocht of blijkt, althans voldoende aannemelijk is, dat zij de belangen van degenen voor wie zij stelt op te komen, voldoende (serieus) behartigt. Hoewel de Claimcode en de daarin vervatte maatstaven in dit opzicht niet beslissend is, blijkt uit de wetsgeschiedenis van artikel 3:305a BW dat de wetgever hieraan (als soft law ) wel een zeker gewicht wil toekennen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50, en de alinea staat in dat document op bytes 21592 tot 22233.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50 | shasum -a 256