Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018

Onder 5.6. Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:605.

Eisers 1 tot en met 5, alsmede de belanghebbenden voor wie [eiseres sub 7] opkomt, hebben gebruik gemaakt van hun fundamentele vrijheid in een andere lidstaat te wonen en werken. Zij hebben specifiek uiteengezet dat zij niet alleen vrezen in het geval van een Brexit te worden aangetast in deze rechten en vrijheden, maar ook dat zij reeds nu schade ondervinden van de onzekerheid over hun rechtspositie in dat geval. Die (dreiging van) schade is mede ontstaan omdat in het - hiervoor in 2.2 en 2.3 aangehaalde - voortgangsrapport ligt besloten dat de onderhandelende staten thans van de veronderstelling uitgaan dat de bestaande rechten en vrijheden van Britten die in andere EU-landen wonen, als gevolg van de Brexit zullen vervallen indien de onderhandelende partijen niet anders overeenkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6bba77fbd37d9890af37f431d72f227f337c3fecd9f655a54ee6db4edb99b50, en de alinea staat in dat document op bytes 29642 tot 30451.