Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2018

Onder 2.4. Rechtbank Amsterdam 19 september 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6686.

Ten aanzien van de vrees voor vertraging wordt allereerst opgemerkt dat voor de rechtbank het belang dat de rechtsonzekerheid (ontstaan door verschillende uitspraken in vergelijkbare zaken) wordt weggenomen, waardoor uiteindelijk efficiënter kan worden geprocedeerd in individuele zaken, zwaarder weegt dan de vertraging van deze procedure in eerste aanleg door het stellen van vragen aan de Hoge Raad. Bovendien geldt dat ook andere bij de rechtbank aanhangige procedures waarin een rentederivaat onderwerp van geschil is en waarin het antwoord op de vragen die in deze procedure worden gesteld rechtstreeks van belang is om op de vordering(en) in die zaak te beslissen, op de voet van artikel 392 lid 6 Rv zullen worden aangehouden. De rechtbank heeft begrip voor het bezwaar ten aanzien van de kosten, maar ziet niet goed hoe hieraan tegemoet kan worden gekomen. Het huidige procesrecht biedt nu eenmaal de mogelijkheid in een individuele zaak prejudiciële vragen te stellen, maar in de wet is over de (additionele) kosten die dit voor partijen meebrengt geen bijzondere regeling opgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad, en de alinea staat in dat document op bytes 8660 tot 9768.