Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2018

Onder 2.5. Rechtbank Amsterdam 19 september 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6686.

[eiser] heeft de vraag naar voren gebracht of de rechtbank zich ervan op de hoogte heeft gesteld of de betreffende vragen in een reeds bij de Hoge Raad aanhangige cassatieprocedure zullen worden beantwoord. Voorop gesteld wordt dat het enkele feit dat de vragen, of één daarvan, reeds aan de orde zijn in een bij de Hoge Raad aanhangige procedure, niet aan het stellen van dezelfde vragen als prejudiciële vragen in de weg staat. Daarnaast wordt overwogen dat het de rechtbank bekend is dat ABN AMRO Bank N.V. cassatieberoep heeft ingesteld tegen het in rechtsoverweging 4.11 van het tussenvonnis genoemde arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 november 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:4946), maar dat niet alle in de onderhavige zaak te stellen vragen in die cassatieprocedure voorliggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad, en de alinea staat in dat document op bytes 9848 tot 10662.