Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2018
Onder 2.14. Rechtbank Amsterdam 19 september 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6686.
Het voornemen om de laatste vraag te stellen is, zoals de bank terecht stelt, inderdaad ingegeven door het partijdebat over de marge die de bank heeft verdisconteerd in het rentetarief dat zij aan [eiser] in rekening heeft gebracht. De bank meent dat het stellen van een prejudiciële vraag niet nodig en mogelijk is, omdat het een zuiver feitelijke vraag betreft. De bank heeft mogelijk gelijk, maar de rechtbank zal de vraag toch aan de Hoge Raad voorleggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad, en de alinea staat in dat document op bytes 20812 tot 21286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad | shasum -a 256