Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2018
Onder 2.16.1. Rechtbank Amsterdam 19 september 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6686.
De rechtbank heeft in het tussenvonnis in rechtsoverwegingen 4.10 tot en met (in het bijzonder) 4.13 reeds toegelicht dat in dit geval naar haar oordeel is voldaan aan zowel onderdeel a als onderdeel b van artikel 392 lid 1 Rv. Een antwoord op de onder de beslissing vermelde vragen is nodig om op de vorderingen van [eiser] te beslissen en is van rechtstreeks belang: (a) voor een veelheid aan vorderingsrechten die gegrond zijn op dezelfde of soortgelijke feiten en die uit dezelfde of soortgelijke samenhangende oorzaken voortkomen en (b) voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen, waarin zich (een of meer van) dezelfde vragen voordoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad, en de alinea staat in dat document op bytes 23606 tot 24323.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f33bf382d57ada285944230312489cc3a5d3658efe569da9dbcda4b39fbe21ad | shasum -a 256