Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2018
Onder 2.13. Rechtbank Amsterdam 19 september 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6687.
Aan beantwoording van de vraag bestaat behoefte, mede in het licht van de arresten van het gerechtshof Amsterdam (28 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4946, r.o. 2.24) en het gerechtshof Den Haag (14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:255), waarin zijdelings iets wordt overwogen over de in rekening gebrachte bankmarge. Het gerechtshof Den Haag overweegt (r.o. 9.3) dat de bank had moeten informeren (in niet mis te verstane bewoordingen) over de bijzondere risico’s van de door haar geadviseerde en verkochte producten, met name: (…) de bankmarges. Mogelijk kan de Hoge Raad bij de beantwoording van deze vraag die, zoals de bank terecht stelt, ook ziet op causaliteit en het kenbaarheidsvereiste – en die ook dikwijls aan de orde is in renteswapzaken – al dan niet in het kader van het grotere geheel waarbinnen deze vraag speelt (het aanbieden van rentederivaten door banken), met vuistregels of gezichtspunten komen waarmee bij de beoordeling rekening moet worden gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f811ea10e183f3c488bf1cd263064e10de89e9c48b926e903910f0c3defae002. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f811ea10e183f3c488bf1cd263064e10de89e9c48b926e903910f0c3defae002, en de alinea staat in dat document op bytes 19726 tot 20724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f811ea10e183f3c488bf1cd263064e10de89e9c48b926e903910f0c3defae002 | shasum -a 256