Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 januari 2018

Alinea 91 Rechtbank Amsterdam 23 januari 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6802.

15. Het meest verstrekkende verweer van DGB is dat [eiser] te lang heeft gewacht met haar aansprakelijk te stellen. Daardoor zou hij zijn recht om dat te doen hebben verwerkt. De kantonrechter overweegt het volgende. [eiser] heeft eerst [naam firma] aansprakelijk gesteld. Nadat dat traject geen uitkomst bood, heeft hij bij brief (van zijn gemachtigde) van 4 november 2016 DGB aansprakelijk gesteld. Dat is na een periode van ongeveer twee jaar na het ongeval. DGB stelt door dit tijdsverloop in haar bewijspositie te zijn geschaad en niet meer in staat te zijn eventuele gevolgen van het vermeende verwijt aan haar adres te beperken. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Zoals [eiser] ook naar voren heeft gebracht was de verjaringstermijn nog (lang) niet verlopen. Volgens vaste rechtspraak is enkel tijdsverloop of stilzitten onvoldoende om rechtsverwerking c.q. afstand van recht aan te nemen. Omstandigheden die erop zouden kunnen wijzen dat DGB het vertrouwen mocht hebben dat [eiser] afzag van een eventuele aanspraak op DBG zijn door DGB niet aangevoerd en evenmin anders gebleken. Dat DGB is benadeeld door het tijdsverloop is evenmin voldoende komen vast te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de6fb79fbdbe2c3e12aca6e6d3da7dfbf8799435479d918a3d2375c25a88fdd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de6fb79fbdbe2c3e12aca6e6d3da7dfbf8799435479d918a3d2375c25a88fdd4, en de alinea staat in dat document op bytes 21159 tot 22350.