Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 november 2018

Onder 4.10. Rechtbank Amsterdam 7 november 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:7929.

Als veronderstellenderwijs met [gedaagde] wordt aangenomen dat [echtgenote] ten tijde van het aangaan van de borgtocht haar gewone verblijfplaats in Nederland had, zodat de vernietigingsactie van [echtgenote] naar Nederlands recht moet worden beoordeeld, is de conclusie – zoals blijkt uit het hierna overwogene – dat de vernietigingsactie faalt en dat [eiser] recht heeft op nakoming van de borgtocht door [gedaagde] . De rechtbank begrijpt [eiser] aldus dat hij bij deze uitkomst geen verweer voert tegen de door [gedaagde] ( [echtgenote] ) in het kader van het beroep op de artikelen 1:88 en 1:89 BW ingenomen stelling dat [echtgenote] ten tijde van het aangaan van de borgtocht haar gewone verblijfplaats in Nederland had, zodat dat dat laatste in dit geding als vaststaand kan worden aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41928bce989472515dbb3af615c557d284991dc914cc9be2ba06917691167ffa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41928bce989472515dbb3af615c557d284991dc914cc9be2ba06917691167ffa, en de alinea staat in dat document op bytes 26307 tot 27125.