Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018
Onder 4.14. Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:796.
( i) De omstandigheid dat de bevoegdheid om een aanslag op te leggen aan een belastingplichtige naar de toepasselijke fiscaalrechtelijke normen is verjaard, staat op zichzelf niet in de weg aan een op onrechtmatige daad gebaseerde vordering jegens een derde, als deze onrechtmatigheid erin bestaat dat door toedoen van die derde de invordering niet meer mogelijk is. In dat verband is niet van belang of ten tijde van dit handelen de belastingschulden al door aanslagen waren geformaliseerd. Wel is voor de vaststelling van de omvang van de schadevergoeding vereist dat de grootte van de schade uit opgelegde aanslagen blijkt, maar dit punt kan zo nodig nog in een schadestaatprocedure aan de orde komen (HR 28 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2120, NJ 1997/102).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e0607ee4d41cbce5d8e532ed2ec102c523033a0bd843bd83f4508c362d465a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e0607ee4d41cbce5d8e532ed2ec102c523033a0bd843bd83f4508c362d465a, en de alinea staat in dat document op bytes 59712 tot 60484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07e0607ee4d41cbce5d8e532ed2ec102c523033a0bd843bd83f4508c362d465a | shasum -a 256