Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018

Onder 4.22. Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:796.

Aan Tradman, TMF, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] kan worden toegegeven dat de bij deze uitleg toe te passen Haviltexmaatstaf kan meebrengen dat aan de daarin gebruikte bewoordingen groot gewicht toekomt (zie HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493) en dat die bewoordingen op het eerste gezicht steun bieden aan de door hen verdedigde uitleg van de Waarborg. Toch kunnen de overige omstandigheden van het geval meebrengen dat een andere dan de op het eerste gezicht voor de hand liggende taalkundige betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. Beslissend is immers de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de Waarborg mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (vergelijk HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8101).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e0607ee4d41cbce5d8e532ed2ec102c523033a0bd843bd83f4508c362d465a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e0607ee4d41cbce5d8e532ed2ec102c523033a0bd843bd83f4508c362d465a, en de alinea staat in dat document op bytes 78315 tot 79172.