Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018
Onder 4.49. Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:796.
De rechtbank begrijpt uit de stellingen van de Belastingdienst dat onderdeel (iii) van het gevorderde, voor zover nu nog van belang, dient te worden gelezen als: een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig jegens de Belastingdienst hebben
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e0607ee4d41cbce5d8e532ed2ec102c523033a0bd843bd83f4508c362d465a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e0607ee4d41cbce5d8e532ed2ec102c523033a0bd843bd83f4508c362d465a, en de alinea staat in dat document op bytes 97911 tot 98190.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07e0607ee4d41cbce5d8e532ed2ec102c523033a0bd843bd83f4508c362d465a | shasum -a 256