Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 november 2018

Alinea 73 Rechtbank Amsterdam 26 november 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8399.

20. HooVos voert daartegen al hetgeen zij in conventie heeft gesteld aan. Daarnaast betwist HooVos uitdrukkelijk de juistheid van de gevorderde premies uitgaande van de totale loonsom en biedt zij uitdrukkelijk bewijs aan van de loonsom. Het is bovendien onbegrijpelijk dat de fondsen in reconventie afdracht vorderen van premies op basis van een inschatting van de loonsom, nu zij uitstel heeft verleend gedurende de looptijd van onderhavige procedure voor het aanleveren van de loongegevens en de afdracht van de premies. De vordering in reconventie, met nevenvorderingen, is dan ook prematuur. De fondsen erkennen bovendien dat de gevorderde bedragen waarschijnlijk niet juist zijn. Voor wat betreft de wettelijke handelsrente geldt bovendien dat het lange tijdsverloop volledig te wijten is aan de fondsen. Er is een onredelijk lange periode verstreken tussen de datum van bezwaar en de datum van de beslissing op dat bezwaar door de commissie. Bovendien hebben de fondsen ingestemd om met betaling van de premies te wachten op de uitspraak in onderhavige zaak en hebben zij daaraan geen voorwaarden verbonden. Voorts is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als HooVos de wettelijke handelsrente moet betalen vanaf de vervaldata van de verschuldigde premies, aldus HooVos.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/652a06b66063c33bcc9acd4593c7bbce0faa7022221c75f87a380b9031be3405. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 652a06b66063c33bcc9acd4593c7bbce0faa7022221c75f87a380b9031be3405, en de alinea staat in dat document op bytes 33049 tot 34368.