Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 november 2018

Onder 8.4 Rechtbank Amsterdam 30 november 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8536.

De rechtbank overweegt dat verdachte gedurende lange tijd vele (honderden) berichten aan aangeefster heeft verstuurd. Verdachte is door aangeefster bij aangetekende brief uitdrukkelijk verzocht haar niet meer lastig te vallen. Ook de wijkagent heeft verdachte erop gewezen dat zij moet stoppen met haar handelen. Verdachte is desalniettemin doorgegaan met het versturen van berichten, in die mate dat aangeefster bang was haar telefoon of computer aan te zetten, omdat zij dan weer berichten van verdachte zou binnenhalen. Aangeefster heeft dit handelen van verdachte gedurende lange tijd ervaren als een enorme inbreuk op haar privacy en een aantasting van haar persoonlijke levenssfeer. Aangeefster heeft verklaard nog steeds op haar hoede te zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gevorderde immateriële schade deels voor vergoeding in aanmerking komt in verband met de ernst van de normschending, de duur en intensiteit van de stalking en de gevolgen die deze al daarmee heeft gehad op het slachtoffer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7adeaa6de36ff0f9aeba65eb1d2f44d0c64e62005818e04554334ea8449d3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7adeaa6de36ff0f9aeba65eb1d2f44d0c64e62005818e04554334ea8449d3f, en de alinea staat in dat document op bytes 23124 tot 24154.