Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 november 2018

Alinea 44 Rechtbank Amsterdam 27 november 2018

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8608.

6. Het voorstel van De Key aan [eiser] tot een inkomensafhankelijke verhoging van de huurprijs met ingang van 1 juli 2016 is wel door [eiser] aan de Huurcommissie voorgelegd. De voorzitter van de Huurcommissie heeft het bezwaar van [eiser] tegen dat voorstel kennelijk ongegrond bevonden en heeft het voorstel van De Key als redelijk aangemerkt. [eiser] beoogt blijkens zijn akte tot vermeerdering van eis (sub 3) van 11 juli 2017 daarover op grond van artikel 7:262 lid 1 BW een beslissing van de kantonrechter te vorderen. Niet gesteld of gebleken is dat [eiser] tegen de uitspraak van de voorzitter van de Huurcommissie verzet heeft ingesteld bij de Huurcommissie. Bovendien is de vordering van [eiser] buiten de in artikel 7:262 lid 1 BW genoemde termijn van acht weken na verzending van de uitspraak ingesteld. Om deze twee redenen kan [eiser] niet in zijn op artikel 7:262 lid 1 BW gebaseerde vordering worden ontvangen. Dat betekent dat partijen op grond van artikel 7:262 lid 1 BW ook geacht worden de inkomensafhankelijke verhoging van de huurprijs met ingang van 1 juli 2016 te zijn overeengekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29a8c13f205e9e1f99bdeb78436db39c2d3d8626281c014f68388c2cb17966d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29a8c13f205e9e1f99bdeb78436db39c2d3d8626281c014f68388c2cb17966d4, en de alinea staat in dat document op bytes 14304 tot 15439.