Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 december 2018
Onder 7.3 Rechtbank Amsterdam 7 december 2018
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 december 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8714.
[eiser] vindt deze methode ondeugdelijk. Hij is het ermee eens dat van de toekomstige canonverplichtingen de netto contante waarde moet worden berekend. Hij vindt het echter onbestaanbaar dat de rentepercentages voor elk vergelijkingsobject anders zijn. De rente heeft immers betrekking op (grofweg) dezelfde periode van vijftig jaar en de tijdswaarde van geld moet dan ook hetzelfde zijn. Daarom is het volgens [eiser] fundamenteel onjuist om verschillende percentages te hanteren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ba1b79c2628c99880f96ef687e9132c9137966d3680d2906576d49bf71de530. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ba1b79c2628c99880f96ef687e9132c9137966d3680d2906576d49bf71de530, en de alinea staat in dat document op bytes 22782 tot 23287.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ba1b79c2628c99880f96ef687e9132c9137966d3680d2906576d49bf71de530 | shasum -a 256