Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 februari 2019

Alinea 57 Rechtbank Amsterdam 18 februari 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 februari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1049.

4. Het pensioenfonds voert verweer. Primair houdt haar verweer in dat zij niet onrechtmatig heeft gehandeld. Bij gebrek aan wetenschap betwist het pensioenfonds dat vervroeging niet ter sprake is gekomen tijdens het telefoongesprek met [naam overledene] in december 2015. Daar komt bij dat [naam overledene] noch tijdens dit telefoongesprek, noch voordien en noch nadien, enige blijk heeft gegeven van zijn medische toestand of de achtergrond van zijn verzoek. Zonder aanleiding – die [naam overledene] nooit heeft gegeven – zijn medewerkers van het pensioenfonds niet verplicht om vervroeging ter sprake te brengen of daarover te adviseren. Indien niet over vervroeging zou zijn gesproken en voor zover dat onrechtmatig zou zijn, is dit niet aan het pensioenfonds toe te rekenen. Zij wist immers niet welke informatie aansloot bij de situatie van [naam overledene] . Voorts betwist het pensioenfonds dat er causaal verband bestaat tussen de door [eiseres] gepretendeerde schade en de gestelde tekortkoming. De vraag of en in welke mate [naam overledene] zou hebben uitgeruild is onzeker, waarmee het causaal verband en de schade ontbreken. Ten slotte zou het schenden van de informatieplicht enkel onrechtmatig jegens [naam overledene] kunnen zijn en niet jegens [eiseres] . De relevante normen in de Pensioenwet strekken tot bescherming van [naam overledene] en niet [eiseres] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc602188b83933825f103ec7da30eb23ec74a9c266127679105478492faf405. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc602188b83933825f103ec7da30eb23ec74a9c266127679105478492faf405, en de alinea staat in dat document op bytes 15929 tot 17326.