Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 februari 2019

Onder 5.4. Rechtbank Amsterdam 21 februari 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 februari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1283.

Ten gunste van het standpunt van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] pleit om te beginnen dat ADM Vastgoed, naar [naam 1] ter zitting heeft toegegeven, in haar verkoopbrochure irrelevante en daardoor suggestieve informatie heeft verstrekt door niet alleen bouwbedrijf BAM te noemen als eerdere eigenaar van de grond, maar bovendien in haar verkoopbrochure melding te maken van de “mega strop zeesluis”. BAM heeft haar aandeel in de grond echter al in 2012 verkocht, jaren voordat ADM Vastgoed deze aankocht. [naam 1] heeft ter zitting toegegeven dat de redenen die BAM daarvoor had, niets van doen hebben met de strop die zij heeft geleden met betrekking tot het door haar nadien aangenomen werk betreffende de zeesluizen bij IJmuiden. Het noemen van BAM, een solide partij, is dan ook een misleidende handelspraktijk (zie artikel 6:193 BW). Aldus wordt immers, kennelijk opzettelijk, maar in strijd met de waarheid, gesuggereerd dat BAM met name vanwege die strop het project heeft afgestoten, waardoor op onjuiste gronden vertrouwen wordt gewekt in de soliditeit van de propositie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e1bb4bc71e2eb31898ff39c39c1661fbae2b5580217db8969f48ea36c57c9f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e1bb4bc71e2eb31898ff39c39c1661fbae2b5580217db8969f48ea36c57c9f7, en de alinea staat in dat document op bytes 25184 tot 26297.