Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 februari 2019
Onder 5.5. Rechtbank Amsterdam 21 februari 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 februari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1283.
Bij afweging van de hiervoor in 5.3 en 5.4 vermelde omstandigheden van het geval en mede in aanmerking genomen de uiteenlopende hoedanigheden van partijen, wordt voorshands geoordeeld dat het beroep van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op dwaling en op oneerlijke handelspraktijken bepaald kansrijk is. Hieraan doet niet af dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voorafgaand aan ondertekening van de koopovereenkomst, ruimschoots de gelegenheid had onderzoek te doen naar de voorgestelde propositie. In het vorenstaande ligt immers besloten dat ADM Vastgoed jegens hem dienaangaande een mededelingsplicht had. Deze mededelingsplicht weegt - in elk geval in de gegeven omstandigheden - zwaarder dan de onderzoeksplicht van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (zie HR 30 november 1973, NJ 1974/97).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e1bb4bc71e2eb31898ff39c39c1661fbae2b5580217db8969f48ea36c57c9f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e1bb4bc71e2eb31898ff39c39c1661fbae2b5580217db8969f48ea36c57c9f7, en de alinea staat in dat document op bytes 28507 tot 29356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5e1bb4bc71e2eb31898ff39c39c1661fbae2b5580217db8969f48ea36c57c9f7 | shasum -a 256