Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019
Onder 3.5. Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1339.
Indien, zoals in deze zaak, op grond van de inhoud van het arbitrale vonnis aannemelijk is dat het vonnis is gewezen tegen een natuurlijke persoon (gedaagde) die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en dat het arbitrale beding in een tussen partijen toepasselijke algemene voorwaarde staat, brengt dat mee dat het arbitrale beding als onredelijk bezwarend moet worden aangemerkt, tenzij het beding aan gedaagde een termijn gunt van tenminste een maand nadat de wederpartij (eiser) zich schriftelijk jegens gedaagde op het beding heeft beroepen om voor beslechting van het geschil door de volgens de wet bevoegde rechter te kiezen (artikel 6:236, aanhef en onder n, BW). Mocht laatstbedoelde uitzondering zich niet voordoen dan is het arbitrale beding vernietigbaar en is het arbitrale vonnis, wat betreft zijn wijze van totstandkoming, in strijd met de openbare orde in de in 3.3. bedoelde zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/059adc5eb8b449f90e20e8e85d54d988ba4f1b69c6354fad8fafb9b8b3f74e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 059adc5eb8b449f90e20e8e85d54d988ba4f1b69c6354fad8fafb9b8b3f74e78, en de alinea staat in dat document op bytes 12003 tot 12931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/059adc5eb8b449f90e20e8e85d54d988ba4f1b69c6354fad8fafb9b8b3f74e78 | shasum -a 256