Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019
Onder 3.6. Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1339.
Bij de eerste vraag wordt opgemerkt dat uit artikel 6:236, aanhef en onder n, BW, in samenhang met artikel 3:37 BW, volgt dat als gedaagde niet heeft gereageerd op de mogelijkheid om voor de overheidsrechter te kiezen, hij niet voor deze rechter heeft gekozen, zodat de arbiter die in het arbitraal beding is aangewezen bevoegd is. De vraag kan echter worden gesteld of deze wettelijke regeling voldoet aan de normen van de Richtlijn, gezien de bij die richtlijn gevoegde indicatieve lijst, onderdeel q. Daarin worden bedingen vermeld die tot doel of tot gevolg hebben het indienen van een beroep of het instellen van een rechtsvordering door de consument te beletten of te belemmeren, met name door de consument te verplichten zich uitsluitend tot een niet onder een wettelijke regeling ressorterend scheidsgerecht te wenden. De vraag kan worden gesteld of deze ‘wie zwijgt stemt toe’ constructie niet feitelijk een belemmering is van de mogelijkheden het geschil door de overheidsrechter te laten beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/059adc5eb8b449f90e20e8e85d54d988ba4f1b69c6354fad8fafb9b8b3f74e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 059adc5eb8b449f90e20e8e85d54d988ba4f1b69c6354fad8fafb9b8b3f74e78, en de alinea staat in dat document op bytes 15057 tot 16085.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/059adc5eb8b449f90e20e8e85d54d988ba4f1b69c6354fad8fafb9b8b3f74e78 | shasum -a 256