Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019

Onder 3.8. Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1339.

Het is de vraag of en in hoeverre de arbiter er in het vonnis blijk van moet geven dat hij de Richtlijn ambtshalve heeft toegepast. Opgemerkt wordt dat de vermelding in een arbitraal vonnis dat ambtshalve toetsing heeft plaatsgevonden, makkelijk tot een holle frase kan verworden. Maar er kunnen ook zaken zijn waarin er niets te toetsen was en er dus ook niets meer te vermelden is dan dat. Het is dan ook de vraag of in het arbitrale vonnis concreet moet worden vermeld tot welke resultaten de ambtshalve toetsing heeft geleid. Daarbij kan de vraag worden gesteld of de arbiter op dezelfde wijze te werk moet gaan en op dezelfde wijze informatie moet verzamelen en beoordelen als de overheidsrechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/059adc5eb8b449f90e20e8e85d54d988ba4f1b69c6354fad8fafb9b8b3f74e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 059adc5eb8b449f90e20e8e85d54d988ba4f1b69c6354fad8fafb9b8b3f74e78, en de alinea staat in dat document op bytes 19195 tot 19911.