Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 januari 2019

Onder 4.10. Rechtbank Amsterdam 16 januari 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:265.

Dat een renteswap met een looptijd van 10 jaar voor [oprichters en eigenaars] niet passend zou zijn geweest, kan Bomo de bank gelet op het voorgaande dan ook niet verwijten. Daarbij komt dat de bank onweersproken heeft aangevoerd dat tijdens de looptijd van de renteswap steeds sprake is geweest van een onderliggende financiering van minimaal de hoofdsom van de renteswap (€ 26.300.000). De renteswap is tijdens de hele looptijd dus gebruikt om renterisico’s af te dekken. Dat blijkt ook uit de feitenweergave onder 2.9, 2.10 en 2.16. De bank betoogt dan ook terecht dat een mismatch tussen renteswap en onderliggende financiering - en daarmee een overhedge - feitelijk niet aan de orde is geweest. Dit betekent dat de renteswap nooit speculatief van aard is geweest. Daargelaten dat op dit onderdeel geen sprake is van een zorgplichtschending van de bank, heeft de op dit onderdeel gestelde zorgplichtschending dus ook niet tot schade geleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a24902425d69de7e8edfeba072b145c522b3e765fdeeb26f33ac50ffdad9f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a24902425d69de7e8edfeba072b145c522b3e765fdeeb26f33ac50ffdad9f3, en de alinea staat in dat document op bytes 37181 tot 38147.