Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 april 2019

Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 24 april 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 april 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2888.

De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of [eisers] zich terecht heeft beroepen op vernietiging van het beding. Aan deze vernietiging heeft [eisers] ten grondslag gelegd dat het beding onredelijk bezwarend is, dat wil zeggen dat het beding in strijd is met artikel 6:233 jo. 6:237 sub i. De vergoeding zoals die door Rabobank op grond van het beding wordt vastgesteld gaat het werkelijke nadeel van Rabobank te boven. Daarnaast maakt Rabobank ongerechtvaardigd verschil tussen gelijke gevallen. Rabobank moet bewijzen dat de door haar gevorderde vergoeding redelijk is en niet meer dan haar werkelijk nadeel omvat. Daarnaast is het beding in strijd met het transparantievereiste dat van toepassing is op grond van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn consumentenovereenkomsten) en houdt het een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen partijen in, eveneens in strijd met die Richtlijn. Aldus steeds [eisers]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fc60155ce7fb56932e2384cbdb7fe1174250fd7f473d32366ee26f909ee320. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fc60155ce7fb56932e2384cbdb7fe1174250fd7f473d32366ee26f909ee320, en de alinea staat in dat document op bytes 13495 tot 14533.