Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 april 2019

Onder 4.16. Rechtbank Amsterdam 24 april 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 april 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2888.

Bovendien volgt de rechtbank niet het betoog van [eisers] dat het beding niet transparant, dat wil zeggen niet duidelijk en begrijpelijk is. Als maatstaf moet volgens het Hof van Justitie EU (ECLI:EU:C:2015:262) immers worden gehanteerd “ dat het beding uit grammaticaal oogpunt begrijpelijk is voor de consument en dat bovendien in de overeenkomst de concrete werking van het mechanisme waarop het betrokken beding betrekking heeft, alsook de verhouding tussen dit mechanisme en het mechanisme dat is voorgeschreven door andere bedingen op een transparante wijze wordt uiteengezet, zodat de consument op basis van duidelijke en begrijpelijke criteria de economische gevolgen die er voor hem uit voortvloeien, kan inschatten .” De rechtbank is van oordeel dat Rabobank voldoende heeft onderbouwd dat het onderhavige beding aan deze maatstaf voldoet. De in het beding genoemde elementen die van belang zijn voor de berekening zijn duidelijk en begrijpelijk. De geldende rentepercentages worden door Rabobank immers gepubliceerd en het is de klant die door middel van zijn opzegging bepaalt dat de rentetarieven geldend ten tijde van die opzegging relevant worden. De eis dat de consument (vóór het sluiten van de overeenkomst) de economische draagwijdte moet kunnen overzien van het beding gaat niet zo ver dat een gemiddelde consument op voorhand, bij het aangaan van de overeenkomst, precies kan voorzien in welke situatie welk bedrag dient te worden betaald in het geval hij op eigen initiatief tot een beëindiging van de lopende overeenkomst wenst over te gaan. Het gaat immers erom dat het mechanisme en de elementen van de berekening duidelijk zijn, en dat is het geval in het onderhavige beding. Dat de uitkomst van de berekening in een concreet geval steeds afhankelijk is van de op dat moment geldende hypotheekrente en daarom voor toekomstige gevallen niet precies kan worden voorzien, is inherent aan de schade die het beding beoogt te vergoeden. Bovendien wordt de uitkomst van de berekening mede bepaald door het moment waarop [eisers] zelf de kredietovereenkomst beëindigt. Dat een gemiddelde consument niet in staat is een berekening te maken volgens de netto-contante-waarde-methode, is van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te leiden. Deze methode betekent namelijk niet dat het contant maken van de toekomstige termijnen, wat overigens een aanpassing van het te betalen bedrag in het voordeel van de klant meebrengt, het beding onduidelijk maakt. Het beroep op het transparantievereiste faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fc60155ce7fb56932e2384cbdb7fe1174250fd7f473d32366ee26f909ee320. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fc60155ce7fb56932e2384cbdb7fe1174250fd7f473d32366ee26f909ee320, en de alinea staat in dat document op bytes 26905 tot 29489.