Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 april 2019
Onder 4.21. Rechtbank Amsterdam 24 april 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 april 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2888.
Het beroep van [eisers] op artikel 81c Bgfo faalt. Ten eerste is hiervoor reeds overwogen dat, kort gezegd, de Richtlijn hypothecair krediet en de civielrechtelijke implementatiewetgeving daarvan bepalen dat zij slechts van toepassing zijn op na hun inwerkingtreding gesloten kredietovereenkomsten. De uitleg die de AFM Leidraad aan artikel 81c Bgfo geeft is daarmee voor wat betreft het temporele aspect wellicht in strijd, zodat deze niet zonder meer als juist kan worden aanvaard. Bovendien kan het niet zo zijn dat een bank in overeenstemming met de desbetreffende Richtlijn civielrechtelijk niet aan bepaalde normen is gebonden, maar dat diezelfde normen toch via een administratiefrechtelijke implementatiebepaling wel vermogensrechtelijke gevolgen zouden hebben. Daaraan voegt de rechtbank toe dat het beroep ook faalt omdat niet betwist is dat de berekening zoals Rabobank deze (opnieuw) heeft vastgesteld op 18 juli 2017 in overeenstemming is met de AFM Leidraad, dat voornoemd artikel uitwerkt. Voor zover [eisers] ten slotte zijn beroep baseert op de stelling dat hetgeen Rabobank in rekening mag brengen slechts het werkelijk geleden nadeel mag dekken, faalt het vanwege hetgeen hierboven in de overwegingen 4.7 tot en met 4.13 reeds is uiteengezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fc60155ce7fb56932e2384cbdb7fe1174250fd7f473d32366ee26f909ee320. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fc60155ce7fb56932e2384cbdb7fe1174250fd7f473d32366ee26f909ee320, en de alinea staat in dat document op bytes 32901 tot 34176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08fc60155ce7fb56932e2384cbdb7fe1174250fd7f473d32366ee26f909ee320 | shasum -a 256