Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 april 2019
Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 25 april 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 april 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2967.
Ten aanzien van [gedaagde sub 2] , hoofdredacteur van Quote, geldt het volgende. Uit de e-mailberichten van 11 en 12 april 2019 (zie 1.2) blijkt dat mr. Dietz aan mr. Alberdingk Thijm heeft gevraagd of hij optrad voor beide gedaagden en of de dagvaarding aan zijn kantooradres kon worden betekend. Mr. Alberdingk Thijm heeft bevestigd dat hij optrad voor beide gedaagden. De domiciliekeuze heeft hij echter niet bevestigd. Nu de gestelde domiciliekeuze ingevolge artikel 1:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) schriftelijk dient te geschieden kan er in dit geval niet vanuit worden gegaan dat [gedaagde sub 2] domicilie heeft gekozen aan het adres van zijn advocaat. De dagvaarding ten aanzien van [gedaagde sub 2] is dan ook nietig en tegen hem kan geen verstek worden verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8fa753bc5840443d26d0b6cf0701f06355a1b315cce70ebc351724489b616d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8fa753bc5840443d26d0b6cf0701f06355a1b315cce70ebc351724489b616d, en de alinea staat in dat document op bytes 21837 tot 22627.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa8fa753bc5840443d26d0b6cf0701f06355a1b315cce70ebc351724489b616d | shasum -a 256