Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 mei 2019

Onder 4.19. Rechtbank Amsterdam 1 mei 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3394.

In haar besluit van 17 maart 2017 overweegt de Commissie dat zij voor het nemen van haar beslissing haar bevoegdheid ontleent aan Verordening no 1/2003, die per 1 mei 2004 inwerking is getreden. Voor die datum ontleende de Commissie haar bevoegdheid om uitvoering te geven aan de wijze van toepassing van de mededingingsregels op het luchtvervoer aan Verordening no 3975/87. Luchtvervoer tussen EU luchthavens en luchthavens in derde landen was van de werking van deze verordening uitgesloten. Het gevolg hiervan was dat de werking van artikel 101 lid 3 VWEU voor deze vluchten door de nationale autoriteiten en de Commissie slechts kon worden afgedwongen middels het overgangsregime van artikel 104 en 105 VWEU. Dit is, zo blijkt uit het besluit (zie 2.6), voor de Commissie de reden geweest om haar besluit van 17 maart 2017 te beperken tot de periode vanaf 1 mei 2004 voor wat betreft de vluchten tussen de luchthavens binnen de EU en luchthavens in derde landen. Mutatis mutandis gold hetzelfde ten aanzien van vluchten uitgevoerd tussen EER luchthavens en luchthavens in derde landen voor de periode vóór 19 mei 2015.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2d47952929174ea3889344dcd8a7efd61f448c20a512c764be183bfe7e22f7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2d47952929174ea3889344dcd8a7efd61f448c20a512c764be183bfe7e22f7b, en de alinea staat in dat document op bytes 65599 tot 66771.