Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019

Alinea 56 Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4546.

10. Nu Helpling geen verweer heeft gevoerd tegen de ontvankelijkheid van FNV in een collectieve actie, en het de kantonrechter overigens ook niet gebleken is dat FNV niet voldoet aan de vijf vereisten voor ontvankelijkheid van artikel 3:305a BW, is FNV in haar vorderingen ontvankelijk. De kwalificatieproblematiek die samenhangt met de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst, en met name de daarvoor volgens vaste jurisprudentie vereiste beoordeling van alle omstandigheden van het geval, dan wel of sprake is van een uitzendovereenkomst, terbeschikkingstelling, bemiddeling of een overeenkomst van opdracht, is van een andere orde. Het gaat dan niet om de vraag of de belangen zich lenen voor bundeling, maar of de aard van de vorderingen zich lenen voor toewijzing daarvan. Dit is onderdeel van de inhoudelijke beoordeling. Daarop wordt later teruggekomen (ECLI:NL:RBAMS:2019:198).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2fd8be42841364dccdf9d732abec306707cc916e679bd726f94031f9685524d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2fd8be42841364dccdf9d732abec306707cc916e679bd726f94031f9685524d, en de alinea staat in dat document op bytes 25696 tot 26605.