Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019

Alinea 61 Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4546.

11. Noch uit hetgeen partijen zijn overeengekomen, noch uit de wijze van uitvoering die partijen aan die overeenkomst hebben gegeven, blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Van gezag in de relatie tussen Helpling en [eiseres] is naar het oordeel van de kantonrechter gezien het voorgaande geen sprake. Geoordeeld wordt dan ook dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Helpling en [eiseres] . Nu deze beoordeling, zoals hiervoor reeds overwogen, zeer afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, kan ook niet worden geoordeeld dat de andere schoonmakers een arbeidsovereenkomst hebben met Helpling. De primair gevorderde verklaring voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Helpling en [eiseres] en andere schoonmakers wordt daarom afgewezen, evenals de daarmee samenhangende nevenvorderingen en de vorderingen van [eiseres] (onder meer doorbetaling van loon en afgifte van loonstroken).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2fd8be42841364dccdf9d732abec306707cc916e679bd726f94031f9685524d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2fd8be42841364dccdf9d732abec306707cc916e679bd726f94031f9685524d, en de alinea staat in dat document op bytes 30543 tot 31492.